woensdag 17 september 2014

Hechingen en Maultaschen


Gisteren namen we hartelijk afscheid van Frau Schgaguler. Dat was wederom een adresje om te onthouden. De Pfandflasche gaan naar terug naar de Spar, en dan zijn we toe aan de op een na laatste etappe. We nemen de toeristische route door de Alpen, met het doel om ergens aan het eind van de middag aan te komen bij Burg Hohenzollern. Dit slot ligt in Baden-Wurthenberg, de buurstaat van Bayern.

Onderweg komen we bordjes met bekende namen tegen: Schwetzingen en Ochsenhausen. Daar liggen respektievelijk een slot met spectakulaire baroktuinen en een enorm barok klooster. Als we door Ochsenhausen rijden, krijgen we het klooster vol in zicht. Prachtige herinneringen van een vorige tuinenreis komen weer bovenborrelen.






Burg Hohenzollern is de thuisbasis van het huis Hohenzollern, leverancier van Pruisische koningen en Duitse keizers. Het ligt prachtig bovenop een hoge heuvel nabij de stad Hechingen. Deze Burg hebbben we om de een of andere reden gemist indertijd.


Hechingen is een aardig zuid-Duits stadje, dat dit jaar zevenhonderdvijftig jaar bestaat. In het centrum vinden we Hotel Klaiber, een zeer vriendelijk etablissement. Men serveert 'hausgemachte Maultaschen, total lecker!...'. Het blijken vrij grote deegpakketjes te zijn, gevuld met een hartige vulling. En inderdaad, erg lekker. Met een vaas Hefe-weizen ernaast.

Daarna nog even de parkeerschijf in de auto op acht uur zetten, dan mogen we 'm morgen tot tien uur op het pleintje voor het hotel laten staan. En dan onder die zalige dikke donzen dekbedden.

De volgende morgen na een 'deftiges Frühstück' met de plaatselijke kranten. op naar Burg Hohenzollern.



Het huidige slot is gebouwd in 1850 op de ruines van twee vroegere kastelen. Het is het toenmalige romantische idee van een ridderslot. Maar erg indrukwekkend. Er zijn twee kapellen, een protestantse en een katholieke, want er waren twee takken Hohenzollern, en die waren van verschillende gezindte. Maar ze bouwden het slot samen. 




Er is een rondleiding voor binnen en die wordt verzorgd door een dikkige gids, die evenwel zijn publiek weet te bespelen, en zijn zaakjes nauwkeurig weet. De quiz van vandaag is: hoe lang is de feestzaal met bedriegelijk ruimte-effect? Ik zit er het dichtst bij met mijn timmermansoog: 28 meter. De waarheid is 25 meter. Maar er zijn ook mensen die meer dan veertig schatten. Het interieur is verder rijk neo-gothisch, dezelfde stijl als binnenin Schloss Neuschwanstein, wat dan ook uit dezelfde tijd stamt. Prachtig uitzicht uit welk raam je ook kijkt.



De beroemdste Hohenzollern kennen wij natuurlijk allemaal: Friedrich II van Preussen. Wellicht niet geheel toevallig horen wij in de feestzaal zachte elegante fluitmuziek. Ook is de uniformjas te zien die Friedrich droeg tijdens een veldslag. Er zit een kogelgaatje op de borst. Gelukkig had de vorst precies daar zijn geliefde snuifdoos opgeborgen, en bleef hij ongedeerd. Der alte Fritz, dat was me er eentje. Koning, kunstkenner, musicus, diplomaat, veldheer.




We wandelen de poort uit en dalen de berg af richtig het parkeerterrein door een aangenaam herfstachtig bos. We passeren legio puffende wandelaars naar boven, die het pendelbusje naar boven hebben versmaad. Ja, Burg Hohenzollern was een mooie afsluiting van een mooie reis.

De thuisreis duurt wat langer dan we gehoopt hadden. Het gebruikelijke tijdverlies bij de Baustellen hebben we natuurlijk ingecalculeerd, maar ook staan we een tijd helemaal stil achter een ongeluk. Toch draaien we om negen uur 's avonds onze straat in. Geen slechte score.

Nou, bedankt allemaal voor het lezen, en ik hoop tot de volgende keer. Arrivederce, salve en tchüss.


 

 


maandag 15 september 2014

Zondagse Kaisersmorren en Strudel Fest


Vandaag zouden we naar Geopark Bletterbach gaan, een kloof waar fossielen te vinden zijn. Maar als je urenlang met een opspelende eksteroog in je schoen het einde van de kloof moet zien te halen, dat lijkt ons niet zo'n heel geslaagd idee. Volgende keer maar. Hoewel, als je wordt gered met zo'n kekke automobiel, valt het allemaal wel mee:




Dus staan we weer in de rij voor de kabelbaan naar de Seiser Alm. Hoewel het boven slechts twaalf graden is, is het ook heerlijk zonnig en zijn er geen wolken. In de skiwinkel waar het free wifi is, houdt men rekening met bezoek van Engelse royalty. Tot het grote moment daar is, mag iedereen even zitten op de stoel van Qweenie.



  

We nemen vandaag een wat tammere wandelroute, die ons langs koele bossen voert en de alhier onvermijdelijke vergezichten. Tegen lunchtijd stuiten we op een Gasthof met een lekker terrasje en bestellen Kaiserschmorren mit Himbeersauce. Een soort pannekoekjes met jam en poedersuiker. Erg lekker. En tegen de dorst is er een vaas Hefe-Weisse.







Beneden in Siusi is het Strudel Fest in volle gang. Er is een gigantisch hoempa orkest, dat er lustig op los hoempa 't. En aan lange tafels kan je Strudel eten, of Weisswurst met Pretzel. En natuurlijk bier drinken. Locals en toeristen zitten gezellig samen in het zonnetje. De locals kan je herkennen aan hun Lederhosen en Dirndeljurken.





Dan wordt het tijd om op ons balkonnetje te zitten met uitzicht op de Schlern, en kond te doen van een heerlijke dag. Nog even een fotootje van 'onze' voortuin. 





 Morgen zitten we ergens in Duitsland.

zondag 14 september 2014

Zaterdag Seiser Alm

We gaan met de kabelbaan 1000 meter omhoog, de Seiser Alm op. Dat magische moment, als je gondel opeens door een reusachtige onzichtbare hand wordt opgepakt en je woefff!!... omhoog zwiept. Dat gevoel is onbetaalbaar.

Als je hoog boven de bomen als in een luchtballon zweeft, en je hoort zacht geklingel. Is het iemands telefoon in de gondel? Nee, het zijn de koeien ver onder je. Met bellen om de nek. Moet jij eens een bord sla eten met een bel om je nek. Zou dat Lukken?




Het uitzicht wordt met de seconde wijdser. Er verschijnen steeds meer gesuikerde taarten aan de horizon. Is het eeuwige sneeuw of is de winter vroeg? Het is in ieder geval een prachtig gezicht.

De Seis-Seiser Alm Umlaufbahn AG rekent voor deze luchtreis slechts een luttel bedrag. Alleen als je een hond bent heb je pech, je moet gemuilkorfd de gondel in.

Het uitzicht op de Alm is oogbolverstuikend mooi. Je blijft fotograferen, als een roedel Japanners die in de Keukenhof wordt losgelaten. En ongemerkt stappen we toch weer aardig wat kilometertjes weg. En daar gaat het om vandaag.



In Haus Schgaguler is de tijd prettig blijven stilstaan ergens in de jaren vijftig. Maar dat betekent ook geen internet, laat staan wifi. Gelukkig is er in de ski-winkel op de Alm ook wifi. Herzlichen Dank! 










zaterdag 13 september 2014

Van Montebelluna naar Seis am Schlern

Het Alla Pina is een fijn hotel, maar het wordt tijd om verder te trekken. Niet in de laatste plaats omdat het pijpestelen regent, en het er niet naar uitziet dat het beter wordt.

Maar dit is een adresje om te onthouden. Het ligt mooi, en je kan alle kanten op in de Veneto. Met de trein zit je zo in hartje Venetie. Het heeft een zwembad en een restaurant. En ..., ze zijn aardig tegen hun gasten.

Nog even een ontbijt met cappucino, vers fruit en appeltaart. En met spijt in het hart draaien we de neus van de auto richting de Dolomieten.

Als je haast hebt, zit je in een paar uur in Bolzano. Maar het is veel leuker om langs dunne weggetjes te toeren en af en toe te stoppen om het berglandschap in je op te nemen. Dit alles onder het genot van een lekker muziekje. We hebben genoeg aan boord om naar de maan te tuffen en terug.
Tegen vier uur bereiken we Seis am Schlern in Süd Tirol. We zijn hier niet voor het eerst. We willen we nog een keer met de kabelbaan omhoog de Seiser Alm op, om daar te wandelen.

We vinden een leuk appartementje voor drie dagen bij Frau Schgaguler. Ze lijkt een beetje strak en streng, maar ontdooit enorm als we een praatje maken over groente verbouwen, en de Holländische Gäste die hier in de zomer al zwanzig jaar komen, en waarvan de oma dit jaar overleden is. En de beschrijving van het Tourist Info klopt genau: auf 1000 Meter in ruhiger Lage mit schönem Blick zum Schlern.

Momenteel zitten we aan een glaasje Südtiroler Weissburgunder uit een Pfandflasche. En het allerlaatste 'deftige' peperworstje uit München.

Alvast een plaatje van de Seiser Alm (van een vorige keer):
 

 

 


donderdag 11 september 2014

Museo e Gypsoteca Antonio Canova

In het plaatsje Possagno werd in 1759 Antonio Canova geboren. Hij was de beroemdste beeldhouwer van zijn tijd, en misschien wel van alle tijden. Het geboortehuis van Canova is nu een museum. Geen van zijn beroemde beelden echter is hier als orgineel te zien. Daar zijn ze veel te kostbaar voor. Toch is het museum van Possagno van onschatbaar belang. Canova maakte vooraf aan het hakken van het marmeren orgineel altijd eerst een ontwerptekening en aan de hand daarvan een gipsen model op ware grootte. Deze werden voorzien van tientallen kleine spijkertjes. Met behulp van een panthograaf werden de beoogde proporties van het beeld op het marmeren blok aangetekend. En o wonder, de halfbroer van Canova heeft een heleboel van deze gipsen (voor)beelden over kunnen brengen van het atelier in Rome naar Possagno. Niet zo gepolijst als de marmeren eindproducten, maar minstens even interessant. Daarmee is de benaming Gypsoteca ook verklaard.

Canova werkte in opdracht van de rijken der aarde, en zijn kunst is overal in Europa te zien in musea, kerken en particuliere verzamelingen. Er zijn vooral kunstwerken met griekse / romeinse mythologische thema's, maar ook portretbustes, en grafmonumenten. In Wenen, Londen, Vaticaan, noem maar op. De stijl is neoklassiek, met een grote nadruk op esthetiek. Dat is heden ten dage wel anders. Voor je het weet wordt je kostbare kunstwerk afgevoerd als grofvuil, of overgeschilderd met een verfroller.


Canova's composities en techniek waren altijd honderd procent gaaf. Soms is de opgelegde emotie, het melodrama je iets teveel, of het onderwerp niet helemaal jouw kopje thee. Maar vergelijk het met Mozart, die heeft ook geen slechte muziek geschreven, terwijl niet alles jou hoeft aan te spreken.

Het grappige is dat er in het museum gipsen staan waarvan het uiteindelijke orgineel verloren is gegaan. Neem het beeld van George Washington, die verkleed als edele Romeinse ridder de Amerikaanse wetten in een stenen tafel aan het beitelen is. En hij lijkt echt, met dat zure mondje van 'm.

Wat dacht je van het beeld van de drie gratieen, die elkaar aan het betuttelen zijn, terwijl hun billen vol zitten met spijkertjes?

Canova liet in Possagno een tombe bouwen, waar hij zelf na zijn dood bijgezet wilde worden. Gatver, wat een egotripperij, hoor ik nu. Maar hij betaalde alles zelf, en de dorpelingen werden ook ingeschakeld en verdienden er wat aan. Het is een smaakvol geheel, en doet, als bedoeld, dienst als parochiekerk van Possagna. De symboliek is ook interessant: er is een zuilengalerij (grieks), een koepel als het Pantheon (romeins) en een absis (christelijk). En hondjes mogen niet naar binnen.



De loop der gebeurtenissen - het bezoek aan de tombe en dat aan het museo - is in werkelijkheid omgedraaid. Zo kregen we eerst de apotheose voorgeschoteld, en dan pas het hoofdgerecht. Maar andersom was wat onpraktisch, want de tombe ging om twaalf uur erg dicht tot drie uur.

Terwijl ik dit zit te tikken op het balcon van Albergo alla Pine, kan ik de hele streek overzien. In de verte ligt Mestre, dat aan de rand van de lagune van Venetie ligt. Je ziet vooral de hijskranen in de haven. Venetie zelf is natuurlijk onzichtbaar. Verderop in de verte liggen wat molshopen. Daar moet Vicenza liggen, met ontelbare Palladio gebouwen.



Ha! Zowel Venetie als Vicenza hebben we in het verleden uitgebreid bekeken. En in Bassano del Grappa, hier vlakbij, hebben we jaren geleden een grote overzichtstentoonstelling van Canova mogen bezoeken. Met de nodige marmeren Canova beelden. Inclusief de drie gratieen. Zonder spijkerbillen.

 

woensdag 10 september 2014

Onweer boven Lucca en boven Montebelluno

Om vijf uur 's ochtends breekt de hel los pal boven ons appartementje. Het lijkt warempel wel of we onder de Krakatau logeren. Een knetterend onweer hangt boven ons dak, en trekt niet meer weg. Gelukkig lag het min of meer in de planning om vandaag zo langzamerhand weer noordwaarts te trekken. Wel een tikje sneu voor de Nederlanders die gisteren net aankwamen. We kieperen de koffers, die al klaarstaan, in de achterbak en rijden richting Pistoia in de stromende regen. Doel van vandaag is de Veneto, waar nog mooie villa's te bezoeken zijn. Je kan vanaf Lucca over de autostrada naar Venetie, maar dat is saai. Het eerste stuk tot Bologna nemen we de SS64. Daar nemen we een stuk autostrada tot Padua.

Zo komen we keurig op tijd aan bij Villa Emo. Dit is een villa gebouwd door Palladio (zestiende eeuw), die nog van vorig jaar op ons lijstje stond.


  
Een simpel maar elegant ding, meer een herenboerderij. Het hoofdgebouw is niet groot, maar doet erg gezellig aan. Door de open ramen heb je vanuit alle vertrekken ruim uitzicht op het park, weer simpel aangelegd, maar zeer aangenaam. Het bijzondere van de villa is dat vlak na de bouw Zelotti de kamers van fresco's heeft voorzien, met als bindend thema enige metamorphosen (gedaantewisselingen) zoals opgetekend door de romeinse dichter Ovidius.



Elk vertrek heeft zijn eigen thema. Zo is er het verhaal van oppergod Jupiter (Iove in het Italiaans), die godin Io verleidt. Moeder de vrouw (Hera of Iuno) komt er achter en grijpt in. Jupiter verandert Io ter camouflage in een koe. Daar trapt zij echter niet in en laat het beest bewaken door Argus. Argus heeft honderd ogen in zijn hoofd, en als hij slaapt, gaan er twee dicht. Vandaar het spreekwoord. Echter Jupiter laat Argus betoveren door het schone fluitspel van Mercurius, die hem het hoofd afhakt. Iuno komt te laat te hulp op een soort karos getrokken door twee pauwen. Io vliedt, en Iuno rest niets anders dan de ogen van Argus op de veren van de pauwen te plakken.



Dat waren de fresco's van een enkele kamer. En zo zijn er zes grote kamers. Er zijn ook nog twee halletjes met prachtige grotesken. Hadden wij ons nooit zo gerealiseerd, maar grotesk komt van grotten bij Rome, waar men in 1480 de romeinse keizerlijke Villa Aurelia ontdekte, met romeinse schilderingen. Die werden meteen modieus en werden opgenomen in het reportoire van vele beroemde kunstenaars.

Het is natuurlijk niet toegestaan om die oude fresco's te lijf te gaan met camera. Helaas zonder echte foto's van de freso's dus deze aflevering. Maar internet is geduldig. Niet de kamer met het Jupiter-Argus drama, maar de kamer met Venus. Al het marmer is ook fresco.



We vinden in de heuvels boven Montebelluno de Albergo alla Pine, en zien vanaf het balkon ook hier het onweer arriveren. Mooi gezicht hoor.

 

 

dinsdag 9 september 2014

Bagni di Lucca en Palazzo Mansi


Bagni di Lucca was vroeger een gewild kuuroord voor de rijken der aarde. Maar dat was diep voorin de negentiende eeuw. Er is in ieder geval wel een casino, het eerste in Europa schijnt het. De rest is vooral vergane glorie. Villa Fiori is een kast uit de grote periode, maar staat weg te rotten in een zielig parkje.
 


 

We maken een ritje door de Mediavalle, zoals het hier heet. In Bagnicaldi heeft de grote Heinrich Heine nog gelogeerd in 1828. Het is maar dat u het weet. Van Bagnicaldi gaan we via Granaiola, Monti di Villa naar Riolo, en weer terug naar Bagni. het zijn zogezegd dunne weggetjes met grote percentages. Gelukkig zijn er geen tegenliggers, anders heb je meteen een aardige puzzel. De vergezichten evenwel zijn super.    

 
Er zijn twee Mansi’s, een zomer- en een stadsversie. Een Villa en een Palazzo. We nemen nu maar eens de stadsversie in hartje Lucca. Dit is de formele residentie van het Mansi geslacht met het nodige patsboem-hatchikidee gedoe. En weinig tot geen tuin. De ontvangsthal is van grote grandeur. En de Muziekhal is een architectonisch wonder met een open dak tot in de hemel. Allemaal trompe d’euil, blijkt bij nadere beschouwing. Er zijn ook nog vier antechambres voor de muziekhal, ruim voorzien van Vlaamse tapijten.



Een deel van het palazzo is begin 1800 opgeknapt in de toendertijd hippe neoclassisistische stijl. Een beetje empire-achtig maar wat drukker. Leuk, hadden we nog nooit gezien. De schilderijen in de pinacotheek vervangen een eerdere, beroemdere lichting, die vanwege speelschulden in Londen werden geveild. Maar er is toch wel wat Veronese en Tintoretto te scoren. De doeken hangen zoals destijds gebruikelijk in slagorde tot aan het plafond. Ook nog nooit gezien. Al met al een bijzondere ervaring rijker storten wij ons weer in de het zwoele toeristisch gewoel. En nemen we op het Piazza del Salvatore een Grande Gelato Italiana. Limone, Fragola, Peche, Melona. Allemaal hemels van smaak.  

     

 

maandag 8 september 2014

Geen scheve gezichten in Pisa


Beste vrienden en volgers,

Pisa is een van de epicentra van toeristisch Italie, van Europa, en van de wereld. Toch is er behalve het Piazza dei Miracoli niet zo gek veel te beleven. Het is een rustig universiteitsstadje met weliswaar een grote historie, maar die is al eeuwen en eeuwen uitgespeeld. Pisa was vroeger een economische grootmacht met handelsbelangen in de hele mediterranee, en veroveraar van Sardinie (dat overigens vele keren is veroverd); Pisa was in adem te noemen met Genova en Venetie.

Maar het komt allemaal door die malle scheve toren. En een redelijk mooie Duomo ernaast, en het toch wel prachtige Batisterio (doophuis).


Hele volksstammen laten zich enthousiast fotogaferen door hun dierbaren terwijl ze zogenaamd tegen de toren leunen, tegenhouden met de hand, en andere leuke variaties. Geen scheve gezichten in Pisa. Wel wat scheve ogen, maar dat zijn Japanse toeristen, en die mogen. Die gevallen engel heeft wat voeten in aarde. Foto zonder turisti kost zeven minuti.


We zijn al een paar keer in Pisa geweest, maar we waren toch al in de buurt. En laten we wel wezen, het is toch weer zeer de moeite waard. De Duomo is nu grotendeels uit de steigers sindsdien.

Op de terugweg is even buiten Lucca nog een antiek aquaduct te zien. Het wordt even onderbroken door de autostrada richting Firenze. Ach, Er loopt toch geen water meer door.



Terug in Lucca doen we nog een rondje pantoffelparade over de bolwerken. Want het vorige rondje moest op een holletje. Je kan ook een soort fiets-auto's huren. Pret voor vier (plus twee kindjes voorop).












zondag 7 september 2014

Villa Torrigani en Villa Garzoni

Beste vrienden en volgers, lieve neven en nichten,

De oprijlaan van Villa Torrigani is imposant. Lang, en omzoomd met grote cipressen, we zijn tenslotte in Toscane. Als bezoeker mogen we de laan in rijden met de koets, maar vanwege de voorpret gaan we lekker te voet. Borgo Parigi bestaat uit een paar huizen die blijkbaar voorheen bij de Villa behoorden. Hier zetten de Italianen hun carrossen neer. Maar het is nu aangenaam rustig.


De villa is een statig renaissance geval, in de barok tijd voorzien van een voorzetgevel met tientallen beelden. We kopen onze kaartjes bij een aardige Italiaanse juf, die ons meteen telefonisch aanmeldt voor de rondleiding over drie kwartier. We antichambreren in de voortuin, waar we de gevel goed kunnen bestuderen. De rondleiding wordt verzorgd door een vriendelijk giechelende mevrouw, die snel door heeft dat een mengeling van fifty-fifty Engels en Italiaans het gezelschap het meeste recht doet. De ontvangsthal is voornaam en gezellig tegelijk. Het plafond is voorzien van oude fresco's die de tand des tijds moeiteloos hebben doorstaan. Fris, fruitig en luchtig met prachtige kleuren. Tjonge, alle kamers hebben dezelfde kwaliteit fresco's. Wat een weelde. Alle meubilair is er ook nog, van stijve renaissance stoelen tot en met comfortabel negentiende eeuws. En alles ertussen. En in de muziekkamer een mobiel pianoforte, alsmede een reisorgel en een clavecimbel, gelijk een altaar voor Couperin. Veel te snel is de rondleiding klaar en staan we weer buiten. De tuin is weer een aangename variatie op het bekende thema, met een engelse landschap, een grotto, waterfeatures en citroenboompjes. Balsem voor de ziel.





De lunch bestaat uit focaccia (een soort pizzabrood) belegd met fris-zoete pomodorini. Zalig in de schaduw van de cipressen van de oprijlaan te nuttigen. Het bijbehorende bronwater is nog net koud.

Aldus gelaafd storten wij ons op de gardini van Villa Garzoni. Het is hier een stuk drukker, dat kan te maken hebben met het nabijgelegen Parco di Pinocchio, en het feit dat het zondag is. De tuin zelf wordt wel beschreven als een theater op zich. En daar hoort natuurlijk veel publiek bij. Ons komt een Engels tv-programma in gedachte, genaamd 'Cope with a Slope'. Nou dat is hier uitstekend gelukt. Als bonus is er nog een leuke vlindertuin, maar Sauna ware een betere benaming.








Vroeger beloofde vader altijd aapjes mee te nemen van zijn reizen. Die bleven altijd in quarantaine op de luchthaven. Nu zitten ze hier in de tuin op de ballustraden. Mooi toch?



Genoeg tuinen gezien? Voor ons nooit ... Alleen al in Italie zijn er duizenden...

zaterdag 6 september 2014

Villa Reale di Marlia en Villa Grabau


Behalve het boekje 'Wandelen in Toscane' hebben we ook de 'Tuinengids Toscane' in onze bagage. Wandelen kan je ook in een tuin, en - zeker hier in Italie - zijn tuinen altijd de moeite waard.

In de buurt van Lucca bevinden zich vele luxe optrekjes die door rijke kooplui werden gebruikt om de zomers aangenaam door te komen. En een mooie tuin was een leuke binnenkomer om je bezoek te imponeren. Zoiets als de Vechtstreek, maar dan Italiaans.

De eigenaren van heden, veelal nazaten van vroegere generaties, worstelen met het onderhoud van hun rijke bezit, en laten de bezoeker meegenieten, tegen betaling uiteraard. Een prachtige sybiose dunkt mij.

De tuinen van de Villa Reale di Marlia beslaan een flink aantal hectaren. Een deel is ingericht in de Engelse landschapsstijl. Dat betekent dwalen door een glooiend grasland met hier en daar precies op de goeie plaats een bosje of een interessante volgroeide denneboom of een grote vijver. Een en ander werkt erg positief in op het algemene welbehagen.




Ook is er de allomtegenwoordige Grotto met kunstmatige druipsteenformaties en zeer verweerde faunen. Het is er lekker koel, na de hete gazonwandeling midden op de dag.

Weer buiten wandelen we door de aangrenzende Spaanse tuin met fontijnen, watergoten en ernorme kikkers. We komen eigenlijk niemand tegen, behalve de spreekwoordelijke gekke hond en de verdwaalde engelsman.


 


Verder zwervend vinden we nog een formele tuin met honderden citroenboompjes in enorme potten, en een barokke vijver met spuitende figuren. Daarachter een theater van buxusplanten (hee, hebben we dat eerder gezien?) met terracotto toneelfiguren.




Uiteindelijk duiken we weer op in de 21e eeuw, en hijsen ons in de dieselkoets op weg naar de volgende tuin: Villa Grabau. Die is vlakbij.

Deze tuin is wat handzamer qua afmeting, maar even interessant. De vegetatie bestaat uit meer dan driehonderd verschillende soorten planten en bomen. Maar ook weer een stukje engels bos, een watertuin en een buxus-theater.

De villa zelf stamt uit 16e eeuw, maar is in de negentiende eeuw gemoderniseerd door meneer Grabau (uit Duitsland). De benedenverdieping is te bezichtigen, en is ingericht met elegant en comfortabel meubilair. Pronkstuk is een 18e eeuws biljart, ter grootte van een, nou ja, een enorm biljart. De plafonds zijn beschilderd met fresco's in de groteske stijl, en de muren van de ontvangsthal zijn bedekt met arcadische landschappen.



In de orangerie zijn voorbereidingen aan de gang voor een bruilofstmaal met honderd gasten vanavond. Typisch nog een gevalletje van symbiose. Alle tuinen hebben een electrisch hek. Als je je bezoek af wil ronden, druk je op het knopje, en ergens doet iemand het hek voor je open.





Al met al was het weer een welbestede dag. Ons avondmaal zal bestaan uit ravioli gevuld met pompoen, met een botersausje en verse salie. Gevolgd door een stukje gebraden vitello en sla met cuore di buffalo (de bekende italiaanse groene slatomaat).

Onder: Villa di Oliva. Vanuit de poort. Twee tuinen per dag is genoeg.